Verbintenissenrecht

Niks “vriendendienst” maar “beroepsmatig handelend financieel adviseur”.

De Rechtbank Den Bosch heeft in een (niet gepubliceerde) zaak die onze cliënt (een ex-profvoetballer) had aangespannen tegen zijn assurantietussenpersoon die hem ook beleggingsadvies had gegeven, op 12 januari 2011 een voor cliënt positieve uitspraak gedaan.

Na twee comparities, in september 2009 en in april 2010, wees de rechtbank in de recente uitspraak de vordering van cliënt, betaling van het volledige, door fraude van de beleggende instantie, verdwenen bedrag van € 150.500,-- aan onze cliënt toe (plus wettelijke rente en proceskosten).

  1. De rechtbank acht tussen partijen een overeenkomst van opdracht tot stand gekomen betreffende een product waarmee een hoger rendement zou worden behaald dan met de aflopende kapitaalverzekering behaald was.
  1. De rechtbank acht verder voor de totstandkoming van zo’n overeenkomst het geen vereiste dat een wederprestatie is overeengekomen.

Zorgplicht als financieel adviseur

  1. Als particuliere opdrachtgever mocht onze cliënt van zijn tussenpersoon “die zich naar hem opstelde als beroepsmatig handelend financieel adviseur, verwachten dat hij ten opzichte van hem de zorg van een redelijk bekwaam en redelijk handelend financieel adviseur ten opzichte van een particuliere klant in acht zou nemen”.
  1. De financieel adviseur had zich naar het oordeel van onze cliënt niet gehouden aan overeengekomen voorwaarden, waarvan de belangrijkste waren:

a.    Een constructie die rechtstreeks met een gekwalificeerde handelsbank zou worden gedaan, zodat het beheer van de rekening in de macht van cliënt zou blijven;

b.   De ingelegde gelden zouden nooit weg kunnen geraken;

c.   Het maximale risico mocht niet groter zijn dan dat er geen rendement gemaakt zou worden.

  1. De gelden van cliënt kwamen door nalatigheid van de financieel adviseur toch in de beschikkingsmacht van het Britse beleggersbedrijf, waarvan de eigenaren wegens omvangrijke fraude in een Britse jail zijn beland.
  1. Het verweer van de financieel adviseur “dat geen enkele adviseur moet verwachten dat ergens gefraudeerd wordt”, pareerde de rechtbank als volgt:

“Zoals bekend uit de dagbladen en financiële pers komen er immers met enige regelmaat aanzienlijke fraudegevallen aan het licht waarbij investeerders hun geld zijn kwijtgeraakt.

Juist financiële adviseurs met een opdracht als aan gedaagde gegeven, zullen ten behoeve van hun cliënten op die mogelijkheid bedacht dienen te zijn, waarbij hun argwanendheid zal moeten toenemen naar mate de voorgespiegelde winstgevendheid en/of risicoloosheid het aangeboden product aantrekkelijker maakt”.

  1. De financieel adviseur had, als “een voorzichtig financieel adviseur”, een en ander goed uit moeten zoeken en op schrift laten stellen, met name door de betrokken Londense bank.

“In zijn taakvervulling tekortgeschoten” zo stelde de rechtbank vast.