verbintenissenrecht

Spaarbeleg/Aegon/SprintPlan
De Rechtbank Utrecht heeft op 29 november 2006 vonnis gewezen in de zaak die ons kantoor had aangespannen namens een cliënt tegen de Aegon Bank N.V., h.o.d.n. Spaarbeleg.
Als 19-jarige sluit onze cliënt in 1999 een SprintPlan-overeenkomst.
Die kwam er op neer dat hij fl. 400,00 per maand gedurende 60 maanden als inleg diende te voldoen.
Cliënt wilde op deze manier geld sparen. Na afloop van de termijn van de overeenkomst bleek echter dat hij geen cent kreeg uitgekeerd.
Tussenpersoon
Bij het sluiten van de overeenkomst was cliënt door een tussenpersoon geadviseerd.
Schending zorgplicht
De Rechtbank was van mening dat de bank op grond van een arrest van de Hoge Raad een bijzondere zorgplicht heeft om niet professionele beleggers te informeren over de risico's van het beleggingsproject.
Deze zorgplicht vloeit voort uit hetgeen de eisen van redelijkheid en billijkheid meebrengen en ziet op de aard van de contractuele verhoudingen tussen financiële instellingen en particuliere cliënten. Deze zorgplicht strekt ter bescherming van de (potentiële) cliënt tegen het gevaar van zijn eigen lichtvaardigheid of gebrek aan inzicht.
Behalve naar het arrest van de Hoge Raad verwees de Rechtbank ook naar eerdere vonnissen van diezelfde Rechtbank uit 2004 en uit 2006, waarin herhaald is aangegeven dat de omvang van de zorgplicht wordt bepaald door de resultanten van 2 verplichtingen, te weten het verstrekken van informatie en het inwinnen van informatie bij de potentiële deelnemer.
Voor de Rechtbank stond vast dat Spaarbeleg de beleggingsdoelstelling van cliënt niet heeft onderzocht, noch heeft geverifieerd of cliënt alle denkstappen had gemaakt om het SprintPlan-product op haar merites te kunnen beoordelen.
Onrechtmatig handelen
Spaarbeleg had aldus niet aan haar zorgplicht voldaan en voor de Rechtbank was dat reden om vast te stellen dat Spaarbeleg onrechtmatig heeft gehandeld jegens cliënt. En daar kwam nog bij dat cliënt een belangrijke brochure niet heeft ontvangen en daardoor enkel aangewezen was op de zeer juridisch getinte informatie opgenomen in de algemene voorwaarden.
Resultaat
Nadat de Rechtbank tot de conclusie was gekomen dat er direct verband bestond tussen het onrechtmatig handelen van Spaarbeleg en de schade van cliënt, kreeg cliënt een bedrag toegewezen van bijna euro 15.000,00.
Hoger beroep
Spaarbeleg liet het er niet bij zitten en ging in hoger beroep bij het Gerechtshof.
Op grond van een uitspraak van de Hoge Raad stelde Spaarbeleg zich op het standpunt dat het oordeel van de Rechtbank geen stand kon houden. Namens cliënt is verweer gevoerd.
Definitieve uitkomst
Omdat er zich volop ontwikkelingen blijven voordoen in de rechtspraak met betrekking tot het al dan niet aanwezig zijn van direct verband tussen de schending van de zorgplicht en beide partijen dus niet volledig konden inschatten wat de uitkomsten van het hoger beroep zouden zijn, nam Spaarbeleg het initiatief tot schikkingsoverleg.
Tijdens dit overleg zijn partijen het er over eens geworden dat cliënt zo'n 95% van het eerder door de Rechtbank aan hem toegekende bedrag mocht houden. Een klein bedrag moest hij terugbetalen aan Spaarbeleg.
Het hoger beroep werd ingetrokken.
Naschrift
Ook procederen kan nog tot een schikking, buiten de rechter om, leiden. Met cliënt zijn wij tevreden over de uitkomst.
De ontwikkelingen in de rechtspraak zetten zich nog steeds door.
Gersjes Advocaten - Bilderdijklaan 13 - Eindhoven - (040) 212 92 45 - gersjes@iae.nl